donderdag 1 mei 2014

'Desondanks roept deze man weerstand op bij mij'. 
Reacties op de Universiteit van Nederland. 

Vorige week gingen de colleges online die ik gaf voor de Universiteit van Nederland - een prachtinstituut overigens. Het derde en vijfde van die colleges behandelen in zeer kort bestek de belangrijkste conclusies van mijn boek. Via het enigszins beschamende proces waarvoor de term autogoogelen is bedacht, vond ik enkele reacties die het memoreren waard zijn; niet omdat ze zo doordacht zijn, maar juist omdat ze zo ondoordacht zijn, zo intuïtief.

Ene 'Achelos' schrijft op zijn blog dat ik weerstand oproep, bij hem 'en waarschijnlijk bij meer mensen': 
Ook al ben ik na de oorlog geboren, kan ik als een na de oorlog geboren mens toch constateren, dat Nederland een buitengewoon beschamende rol heeft gespeeld tijdens de Jodenvervolgingen, en het stoort mij enigszins dat deze man dat in een reeks van vijf colleges poogt RECHT te praten. Wat is eigenlijk de zin ervan of het nut dat hij de rol van Nederland in de Jodenvervolgingen tracht goed te praten, ook al noemt hij dat wellicht "geschiedkundig onjuist" door wat te draaien met de feiten.
Een andere blogger, ene Sjonk Ritmeester, schrijft smalend dat ik een prangende kwestie reduceer tot een 'woordspel': 'Ach, ik had het boek, Wij weten niets van hun lot, moeten lezen'.

Wat me fascineert aan dit soort reacties is hoe een vaststaand moreel oordeel het serieus bespreken van een historische kwestie blokkeert. Deze auteurs zijn, lijkt me, niet geïnteresseerd in de vraag wat de omstanders destijds dachten, maar in de vraag of de omstanders deugden. En het antwoord daarop kennen ze al: nee, want de omstanders hebben een massamoord laten gebeuren. Daarmee is verder iedere poging tot historisch begrip van die omstanders verdacht: recht praten wat krom is.

U zult het wel niet zonder meer van mij aannemen, maar ik denk dat een verontrustend groot deel van het debat over mijn boek hiermee is samengevat.

Geen opmerkingen: