donderdag 26 juni 2014

‘Omdat het ondenkbare werkelijkheid is geworden’.
H.W. von der Dunk in NRC/Handelsblad

Emeritus hoogleraar geschiedenis H.W. von der Dunk schrijft in de krant van afgelopen maandag een stuk naar aanleiding van De Swaans artikel in NRC/Handelsblad van 14 juni. Hij maakt drie – heel verschillende – punten.

Het eerste is dat wij als kinderen van de emancipatie en de democratisering geneigd zijn de omstander meer verantwoordelijkheid in de schoenen te schuiven dan hij als tamelijk machteloos onderdaan had - en heeft. ‘Was de gewone Nederlander verantwoordelijk voor Rawagede of Srebrenica?’ Ik zou zeggen: nee, natuurlijk niet, maar tegen die misdaden kon hij ook niets ondernemen. Tegen de deportatie van Joden wel; hij kon immers Joden verbergen. Dus is het niet zo vreemd dat wij de omstander voor die misdaad medeverantwoordelijk stellen.

Von der Dunks tweede punt is ‘dat ons weten een hiërarchie kent’; dat het wordt bepaald ‘door concentrische cirkels van belangen’. Wij zijn gewoon meer geïnteresseerd in onze naasten dan in vreemden. Ook dat is vanzelfsprekend waar. Als de feiten over het lot van de Joden helder waren geweest, had niet iedereen die feiten tot zich laten doordringen. Maar daarmee is de vraag of die feiten helder waren – zoals De Swaan min of meer stelt - nog niet beantwoord.

Von der Dunk suggereert – zijn derde punt – van niet: 

Zelfs Joden trapten nog in de val dat het einddoel getto’s in het oosten waren. Omdat het ondenkbare werkelijkheid was geworden is het na 1945 niet langer ondenkbaar en heeft daarmee optiek en maatstaven van het nageslacht wezenlijk veranderd. Daardoor worden vragen gesteld die niet vrij zijn van anachronisme – zoals dat iedereen Auschwitz toch had kunnen voorzien. 

Dit is volgens mij een cruciaal inzicht (waar Von der Dunk dan ook beter zijn hele stuk aan had kunnen wijden). De werkelijkheid van Auschwitz was voor de tijdgenoot nauwelijks of niet voor te stellen. Om er in te geloven had hij dus zeer overtuigende informatie nodig. Maar die ontbrak tot 1945 - en werd toen met verbijstering ontvangen. Von der Dunk zegt het niet, maar hij lijkt het met me eens.

Geen opmerkingen: