Zo komen we niet verder. Nog een opmerking over Frits Botermans Duitse Daders
Eigenlijk zegt dit blog steeds opnieuw hetzelfde, namelijk: 'gaan we nu een keer serieus discussiëren, of hoe zit dat?' Volgens mij is het debat over mijn boek en over het onderwerp van mijn boek verontrustend arm aan argumentatie. Dat geldt ook voor Duitse Daders van Frits Botermans, zoals ik hier gisteren uitlegde: hoewel duidelijk is dat hij mijn boek weinig zinnig acht, gaat zijn betoog aan mijn argumentatie geheel voorbij.
woensdag 6 januari 2016
dinsdag 5 januari 2016
'De meeste mensen keken weg'. Frits Boterman in Duitse Daders
Frits Boterman publiceerde een paar weken geleden zijn
nieuwe boek Duitse daders. De
Jodenvervolging en de nazificatie van Nederland (1940-1945). Dat belooft
veel goeds, want Boterman schrijft al op de allereerste pagina’s van zijn boek
dat het hem niet gaat ‘om het beschrijven van de oorlog in morele termen, maar
om het analyseren van de morele dilemma’s, loyaliteitsconflicten en problemen
waar velen in de oorlog zich voor geplaatst zagen’, waarbij wij niet mogen
vergeten ‘dat er een verschil bestaat tussen het perspectief achteraf en het
perspectief van de tijdgenoten.’[12] Daarbij wijdt Botermans een heel hoofdstuk aan
‘mijn’ vraag, de vraag naar kennis van de Holocaust.
dinsdag 11 augustus 2015
'His conclusions amount to an acquittal of Dutch gentile society.' Christina Morina in German History.
Een jaar geleden publiceerde Christina Morina, een Duitse historica werkzaam in Nederland, een lange en tamelijk kritische recensie van mijn boek in een Engelstalig tijdschrift. Deze repliek is dus rijkelijk laat, maar laat me, for the record, toch uitleggen waarom ik ook haar kritiek weinig steekhoudend acht. Hoewel ik Christina ken als een intelligente en aardige vrouw, doet haar stuk me erg denken aan die van Gans en Ensel: ook zij negeert grotendeels de, volgens mij tamelijk transparante, argumentatie van het boek, maar wijst het af op basis van methodologisch klinkende bezwaren. Ook zij levert voor die bezwaren nauwelijks bewijs, ook niet nadat ik haar daarom had gevraagd in reactie op een eerste versie van haar stuk. En ook zij leest het boek met een naar mijn indruk nogal vijandige blik, hetgeen haar het zicht ontneemt op wat er wel en niet staat.
Een jaar geleden publiceerde Christina Morina, een Duitse historica werkzaam in Nederland, een lange en tamelijk kritische recensie van mijn boek in een Engelstalig tijdschrift. Deze repliek is dus rijkelijk laat, maar laat me, for the record, toch uitleggen waarom ik ook haar kritiek weinig steekhoudend acht. Hoewel ik Christina ken als een intelligente en aardige vrouw, doet haar stuk me erg denken aan die van Gans en Ensel: ook zij negeert grotendeels de, volgens mij tamelijk transparante, argumentatie van het boek, maar wijst het af op basis van methodologisch klinkende bezwaren. Ook zij levert voor die bezwaren nauwelijks bewijs, ook niet nadat ik haar daarom had gevraagd in reactie op een eerste versie van haar stuk. En ook zij leest het boek met een naar mijn indruk nogal vijandige blik, hetgeen haar het zicht ontneemt op wat er wel en niet staat.
donderdag 23 juli 2015
‘Van der
Boom appears not to be eager for the discussion’. Helaas nog een keer
Evelien Gans en Remco Ensel
Wie de discussie over mijn boek heeft gevolgd, weet dat prof.
Evelien Gans en dr. Remco Ensel, beide deskundigen op het gebied van
antisemitisme, mijn meest fanatieke critici zijn. In niet minder dan drie lange
artikelen en een opiniestuk in NRC/Handelsblad beschuldigen ze mij van het
manipuleren van bronnen, het over een kam scheren van slachtoffers en
omstanders (‘nivellering’), cirkelredeneringen, het negeren van
tegenstrijdigheden in de dagboeken, het ‘ontkennen’ van het belang van
antisemitisme, het bedrijven van onverantwoordelijke what if geschiedschrijving
en nog zo wat lelijks.
woensdag 3 juni 2015
‘Onwetendheid
kan echter niet achteraf als excuus dienen.’ Reactie Leonard Frerichs
Naar aanleiding
van de discussies op dit blog, en in het bijzonder de recente bijdrage van Anja
Hollaender en Isobel Wijnberg, schrijft Leonard Frerichs een reactie, met het
verzoek deze hier te publiceren. Dat doe ik met genoegen, hoewel – het wordt
eentonig, ik weet het – ik zijn kritiek weinig steekhoudend vind. Laat ik eerst
uitleggen waarom, en dan Frerichs’ stuk weergeven.
maandag 16 februari 2015
‘Daarmee hanteert u de goocheldoos van
de alternatieve geschiedschrijving’.
Bijdrage van Anja Hollaender en Isobel
Wijnberg
Anja
Hollaender en Isobel Wijnberg, auteurs van Er wacht nog een kind... De quakers
Lili en Manfred Pollatz, hun school en kindertehuis in Haarlem 1934-1945 schreven
afgelopen zomer in een brief aan de NRC dat mijn vermoeden dat meer kennis over
de deportatiebestemming meer Joden zou hebben doen besluiten onder te duiken,
geen hout snijdt, omdat ‘emoties’ belangrijker waren dan ‘het weten’. Ik
schreef daarop een kort sceptisch commentaar, dat de auteurs nu beantwoorden
met een uitgebreid stuk, dat ik op hun verzoek hier toegankelijk maak.
zondag 15 februari 2015
zaterdag 7 februari 2015
'Een naïeve, principieel
naar binnengekeerde geschiedsbeoefening'.
Rineke van Daalen op
haar blog.
Aangezien
ik mij dit academisch jaar aan geheel niet-academische zaken wijd - ik ben
tijdelijk mijn eigen aannemer - heb ik dit blog wat laten versloffen. De
komende weken een update van de reacties van de afgelopen maanden, en, bij
wijze van afsluiting, een terugblik op de hele discussie.
Allereerst
een vrij recente reactie. Rineke van Daalen, een sociologe voorheen verbonden
aan de Universiteit van Amsterdam, schrijft op haar blog een 'late kritiek'.
donderdag 3 juli 2014
‘Emotie sterker dan “weten”.’ Isobel
Wijnberg en Anja Hollaender in NRC/Handelsblad
In de krant
van 24 juni stond een ingezonden brief naar aanleiding van De Swaans stuk. De auteurs
van een boek over een Haarlems kindertehuis voor Duitse-Joodse
vluchtelingetjes schrijven dat een van die kinderen, de dertienjarige Margot
Kohn, in maart 1941 terugging naar Duitsland, op verzoek van haar vader die
een oproep voor tewerkstelling in het Oosten had gekregen.* Later dat jaar werd ze
met haar familie vermoord in Oost-Europa.
‘Ik ben te oud om in een verdere
discussie van “welles of nietes” meegesleurd te worden.’ Getuigen in de krant
en per post
In NRC/Handelsblad van 26 juni spreken twee
getuigen zich uit over wat men wel of niet wist. Alexander Jansen, die de
oorlog als jongen meemaakte, meent dat mijn interpretatie klopt:
Abonneren op:
Posts (Atom)